koop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • koop
enkelvoud meervoud
naamwoord koop kopen
verkleinwoord koopje koopjes

Zelfstandig naamwoord

koop m

  1. (handel) een handeling waarbij men iets in ruil krijgt voor geld
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

op de koop toe

  • bovendien

te koop

  • beschikbaar om verkocht te worden
Anagrammen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
kopen

koop

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kopen
    • Ik koop. 
  2. gebiedende wijs van kopen
    • Koop! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kopen
    • Koop je? 
     Koop een retourtje naar Bilbao voor rond de 100 euro. Neem de bus van Bilbao naar San Sebastian en loop 130 kilometer langs de Baskische kust terug naar Bilbao.[1]


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Afrikaans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord koop kope
verkleinwoord kopie kopies

Zelfstandig naamwoord

koop

  1. koop
stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
koop
gekoop
volledig

Werkwoord

koop

  1. kopen