koop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • koop
enkelvoud meervoud
naamwoord koop kopen
verkleinwoord koopje koopjes

Zelfstandig naamwoord

koop m

  1. (handel) een handeling waarbij men iets in ruil krijgt voor geld
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

op de koop toe

  • bovendien

te koop

  • beschikbaar om verkocht te worden
Anagrammen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
kopen

koop

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kopen
    • Ik koop. 
  2. gebiedende wijs van kopen
    • Koop! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kopen
    • Koop je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Afrikaans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord koop kope
verkleinwoord kopie kopies

Zelfstandig naamwoord

koop

  1. koop
stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
koop
gekoop
volledig

Werkwoord

koop

  1. kopen