sale

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
sale sales

Zelfstandig naamwoord

sale

  1. verkoop
  2. uitverkoop


Frans

Uitspraak
  enkelvoud meervoud
  mannelijk  /
  vrouwelijk  
sale sales

Bijvoeglijk naamwoord

sale

  1. vies, vuil
  2. (spreektaal) klote-, rot, vervelend
    «La vie est un sale boulot.»
    Het leven is een vervelende rotklus.[1]
  3. (spreektaal) schunnig, schuin
    «Guy nous a raconté une sale histoire.»
    Guy heeft ons een schuine bak verteld.[1]

Zelfstandig naamwoord

sale m

  1. (spreektaal) viezerik [1]
  2. (spreektaal) vuile was
    «Nous, on préfère laver le sale en famille.»
    Wij hangen de vuile was liever niet buiten.[1]

Verwijzingen


Italiaans

enkelvoud meervoud
sale sali

Zelfstandig naamwoord

sale m

  1. zout


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
salir

sale

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van salir