verkoopbeleid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·koop·be·leid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verkoopbeleid -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

verkoopbeleid o

  1. bewust gekozen werkwijze van een ondernemer om de afzet van zijn product zo gunstig mogelijk te laten verlopen
    • De verbazing en deels ook verontwaardiging over de aanwezigheid van (dure) radiotoestellen in gezinnen die daarvoor in eerste instantie niet in aanmerking leken te komen, kan echter slechts voor een deel worden verklaard door het agressieve verkoopbeleid van de radiofabrikanten en de gunstige financiële omstandigheden die werden gecreëerd rond de aanschaf van een individueel radiotoestel of een abonnement op de radiodistributie. [2]
  2. aanpak waarin de nadruk ligt op het afstoten van bezittingen en niet op het aanschaffen of opbouwen daarvan
    • Het nieuwe kabinet heeft het achterste van zijn tong over privatiseringen nog niet laten zien, maar er zijn geen aanwijzigingen [sic!]dat het verkoopbeleid van de vorige regering wordt gewijzigd. [3]
Synoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen