ritme

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rit·me
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ritme ritmes
verkleinwoord ritmetje ritmetjes

Zelfstandig naamwoord

ritme o

  1. (muziek) een zich in de tijd herhalend patroon van geluiden
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl