ritme

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rit·me
enkelvoud meervoud
naamwoord ritme ritmes
verkleinwoord ritmetje ritmetjes

Zelfstandig naamwoord

ritme o

  1. (muziek) een zich in de tijd herhalend patroon van geluiden
Vertalingen