Naar inhoud springen

ritme

Uit WikiWoordenboek
  • rit·me
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘wisseling in beweging’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1734 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord ritme ritmes
ritmen
verkleinwoord ritmetje ritmetjes

hetritmeo

  1. (muziek) een zich in de tijd herhalend patroon van geluiden
     ' Ik luisterde naar het ritme van haar stem: afgemeten en omfloerst; hij klonk niet helemaal Engels, hoewel er genoeg accent van een tochtige kostschool in doorklonk.[3]
  2. een zich in de tijd herhalend patroon van handelingen of gebeurtenissen
     Hoe het ritme van onze voeten het ritme van de dag bepaalt.[4]
     Het was even wennen om helemaal alleen door de uitgestorven woestijn te lopen, maar toch raakte ik geleidelijk in een ritme.[5]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[6]
  1. "ritme" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. ritme op website: Etymologiebank.nl
  3. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  4. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  5. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be