langzaam

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lang·zaam
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘niet snel’ voor het eerst aangetroffen in 1265 [1]
  • Afgeleid van lang met het achtervoegsel -zaam [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen langzaam langzamer langzaamst
verbogen langzame langzamere langzaamste
partitief langzaams langzamers -

Bijvoeglijk naamwoord

langzaam

  1. met weinig snelheid
    • Die auto was de langzaamste auto die ik ooit gezien heb. 
  2. trage ontwikkeling
    • Langzaam aan werd het dan toch nog beter. 
     Je ziet ook hoe het leven langzaam uit de Route is weggetrokken. De romantiek van het verval is overvloedig aanwezig. Verlaten, met gras en onkruid overwoekerde tankstations.[3]
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als bijwoord

Bijwoord

langzaam [4]

  1. met een geringe snelheid
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen