Naar inhoud springen

rem

Uit WikiWoordenboek
  • rem
enkelvoud meervoud
naamwoord rem remmen
verkleinwoord remmetje remmetjes

deremm

  1. (techniek) een mechanisme dat iets vertraagt of tot stilstand brengt
    • De remmen van zijn fiets waren kapot. 
  2. (figuurlijk) iets dat een ontwikkeling vertraagt
     Volgens Rico Luman, sectoreconoom transport en automotive van ING, moeten de heffingen ook niet gezien worden als een middel om Chinese auto's van de Europese markt te weren. "In het Verenigd Koninkrijk zijn er geen heffingen op Chinese auto's en daar zie je een nog grotere groei van Chinese auto's. Het werkt eerder als een kleine rem dan als een blokkade."[1]
  1. eenheid van ioniserende straling
vervoeging van
remmen

rem

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van remmen
    • Ik rem. 
  2. gebiedende wijs van remmen
    • Rem! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van remmen
    • Rem je? 
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[2]
  1. Bronlink geraadpleegd op 24 april 2025 Weblink bron
    Aïda Brands
    “Chinese elektrische auto's booming in Europa ondanks heffingen” (24 april 2025), NOS
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

rem

  1. rem

rem

  1. remmen