remspoor

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rem·spoor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord remspoor remsporen
verkleinwoord remspoortje remspoortjes

Zelfstandig naamwoord

remspoor o [1]

  1. spoor dat door een rubberband op de weg achtergelaten wordt als er met geblokkeerde remmen geremd wordt

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen