remweg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rem·weg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord remweg remwegen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

remweg m

  1. de afstand die een rijdend voertuig nodig heeft om tot stilstand te komen
    • Als je zó hard rijdt, is je remweg erg groot. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be