brake

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bra·ke

Werkwoord

vervoeging van
braken

brake

  1. aanvoegende wijs van braken

Meer informatie


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
brake brakes

Zelfstandig naamwoord

brake

  1. rem
vervoeging
onbepaalde wijs to brake
he/she/it brakes
verleden tijd braked
voltooid
deelwoord
braked
onvoltooid
deelwoord
braking
gebiedende wijs brake

Werkwoord

brake

  1. remmen