plicht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plicht
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘verantwoordelijkheid’ voor het eerst aangetroffen in 1265 [1]
  • Afgeleid van het werkwoord plegen met betekenis "instaan voor" [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord plicht plichten
verkleinwoord plichtje plichtjes

Zelfstandig naamwoord

plicht v [3]

  1. een taak die men op zich genomen heeft of opgelegd heeft gekregen, iets wat je moet doen
    • Het is ieders plicht om voor je naaste te zorgen. 
Synoniemen
Antoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • de plicht roept
    • weer moeten gaan werken
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen