zwijgplicht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwijg·plicht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwijgplicht zwijgplichten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zwijgplicht v/m

  1. (juridisch) de verplichting tot zwijgen
    • In de Nederlandse wetgeving bestaat er geen zwijgplicht. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie