plichtmatig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plicht·ma·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen plichtmatig plichtmatiger plichtmatigst
verbogen plichtmatige plichtmatigere plichtmatigste
partitief plichtmatigs plichtmatigers -

Bijvoeglijk naamwoord

plichtmatig

  1. van iets dat je het doet omdat het moet (maar niet omdat je het wilt)
    • Plichtmatig hield de docent de presentielijst bij, maar ze deed het zonder veel aandacht. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.