Naar inhoud springen

plechtig

Uit WikiWoordenboek
  • plech·tig
  • In de betekenis van ‘statig’ voor het eerst aangetroffen in 1710 [1]
  • afgeleid van plicht met het achtervoegsel -ig [2]
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen plechtigplechtigerplechtigst
verbogen plechtigeplechtigereplechtigste
partitief plechtigsplechtigers-

plechtig

  1. met ernst en formeel ceremonieel
    • Die ingebruikneming had wel wat plechtiger gemogen. 
     Hij trok aan de revers zodat zijn jas mooi recht zat en beklom toen haast plechtig de trede naar de klapdeurtjes die toegang verschaften tot de winkel.[3]
     Toch kan ik plechtig verklaren dat iedere gelijkenis met de werkelijkheid toeval is.[4]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[5]