plaat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plaat
enkelvoud meervoud
naamwoord plaat platen
verkleinwoord plaatje plaatjes

Zelfstandig naamwoord

plaat v/m

  1. een vlak, plat en vrij dun stuk materiaal, zoals metaal of hout
    • Kunt u mij die plaat metaal even aangeven? 
  2. meestal verkleinwoord: een afbeelding, meestal gedrukt (door gravering op een metaalplaat)
    • Dit boek heeft mooie 'plaatjes. 
  3. grammofoonplaat of cd
    • De plaat stond in de hitlijsten. 
  4. (scheepvaart) zandplaat, zandbank
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • De plaat poetsen
vluchten
  • Een druppel op de gloeiende plaat zijn
zeer onvoldoende zijn om iets op te lossen
  • Op een gloeiende plaat vallen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie