bakplaat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

bakplaten
Uitspraak
Woordafbreking
  • bak·plaat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bakplaat bakplaten
verkleinwoord bakplaatje bakplaatjes

Zelfstandig naamwoord

bakplaat v / m

  1. (huishouden) (kookkunst) ijzeren plaat in een oven waarop het deeg geplaatst wordt
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie