Naar inhoud springen

medewerker

Uit WikiWoordenboek
  • me·de·wer·ker
enkelvoud meervoud
naamwoord medewerker medewerkers
verkleinwoord medewerkertje medewerkertjes

demedewerkerm

  1. (beroep) iemand die met anderen in hetzelfde bedrijf, organisatie of vestiging werkt
    • Zeven medewerkers van het chemische bedrijf raakten bij het ongeluk gewond. 
     De perrons zijn verlaten, in de hal zitten de reizigers op gepaste afstand van elkaar op de wachtbanken, die anders vol zijn. Deze hele week is het al rustiger dan normaal, maar deze vrijdag is het echt opvallend stil, zegt een NS-medewerker. Toch nemen ook nog aanzienlijk wat mensen wél de trein.[1]
     Ollie en Brandy zwemmen weer vrij rond. Toch kunnen de deuren in Pieterburen nog niet helemaal dicht. Doordat er op het laatste moment toch weer nieuwe, verzwakte zeehonden binnenkwamen (in totaal tien) moesten de plannen worden aangepast. "Het is voor ons niet werkbaar om de zorg over twee locaties te verdelen", zegt medewerker Emmy Venema. Daarom is besloten om die tien zeehonden later deze week alvast naar het nieuwe onderkomen in Lauwersoog te verhuizen.[2]
98 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
  1. Bronlink Weblink bron
    Charlotte Huisman
    “Wie neemt er nog de trein op een stil Utrecht Centraal?” (13 maart 2020), de Volkskrant
  2. Bronlink geraadpleegd op 20 april 2025 Weblink bron “Pieterburen is echt (bijna) leeg na vrijlating Ollie en Brandy” (20 april 2025), NOS
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be