luis

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • luis
Woordherkomst en -opbouw
  • Verwant met het Engelse louse en het Duitse Laus.
enkelvoud meervoud
naamwoord luis luizen
verkleinwoord luisje luisjes

Zelfstandig naamwoord

luis v/m

  1. (insecten) een meestal vleugelloos insect dat parasiteert op plant, mens en dier
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
luizen

luis

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van luizen
    Ik luis.
  2. gebiedende wijs van luizen
    Luis!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van luizen
    Luis je?

Meer informatie


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
luir

luis

  1. tweede persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van luir