luizen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lui·zen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
luizen
luisde
geluisd
zwak -d volledig

Werkwoord

luizen

  1. luizen vangen
  2. ergens in lopen

Zelfstandig naamwoord

luizen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord luis

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie