Naar inhoud springen

schijtluis

Uit WikiWoordenboek
  • schijt·luis
enkelvoud meervoud
naamwoord schijtluis schijtluizen
verkleinwoord schijtluisje schijtluisjes

deschijtluisv/m

  1. (scheldwoord) iemand die overdreven bang is
    • Wat ben ik af en toe toch een schijtluis. 
     "Ik weet één ding, Shakir. Ze mogen blij zijn dat jij erbij was, anders was alles misschien heel anders afgelopen. Jij hebt het verhaal van Onnoval veranderd. Dat is een hele prestatie voor een schijtluis." Shakir kijkt de meester aan. Dan beginnen ze allebei te lachen.[1]
  1. Bronlink Weblink bron “De Griezelbus 3”, digitale editie (1997)