luizenleven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lui·zen·le·ven
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord luizenleven luizenlevens
verkleinwoord luizenleventje luizenleventjes

Zelfstandig naamwoord

luizenleven o

  1. een heel makkelijk en comfortabel leven leiden
    • Gooren, een grafisch vormgever uit de Nederlandse gemeente Weert, verloor bijna vijf maanden geleden zijn baan. Sindsdien heeft hij alle klassieke middelen gebruikt om een nieuwe job te vinden, maar zijn vele sollicitatiebrieven bleven zonder resultaat. Dus verzon de Nederlander iets anders. Hij maakte een website waarin hij zijn luizenleven als werkloze aanklaagt en tegelijk zichzelf weet te verkopen als creatieve kracht.[1] 
    • Bij de operatie ontdekte de politie dat de zwaarst bestafte gevangenen in grote luxe leefden. Een kartelleider genaamd Ivan Hernandez Cantu had bijvoorbeeld een kingsize bed, een flatscreen-tv en een eigen bad tot zijn beschikking, meldde de openbaar aanklager. In andere cellen werden minibars, aquaria en - vreemd genoeg - een draagbare sauna aangetroffen. Net als in de gewone wereld stond het luizenleven van de bazen in sterk contrast met de barre omstandigheden waarin het voetvolk zich bevond. Die spenderen hun tijd in cellen zonder water, ventilatie of daglicht. [2]  

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. De Standaard 25/09/2013 door kld
  2. Tubantia 11-01-2017