lei

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: -leiLei

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lei
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lei leien
verkleinwoord leitje leitjes

Zelfstandig naamwoord

lei v/m [3]

  1. (teken- en schrijfmateriaal) een schrijfplank van leisteen
  2. een dakpan van leisteen
  3. teugel (van leiden of geleiden -> leiband, leidraad, leihond etc.)
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • met schone lei beginnen.
een geheel nieuw begin met iets maken.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
leggen

lei

  1. enkelvoud verleden tijd van leggen
    • Ik lei. 
    • Jij lei. 
    • Hij, zij, het lei. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl
  3. etymologiebank.nl


Afrikaans

stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
lei
gelei
volledig

Werkwoord

lei

  1. leiden


Aragonees

Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Latijnse lac (genitief: lactis).
enkelvoud meervoud
lei leis

Zelfstandig naamwoord

lei v

  1. melk


Galicisch

Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Latijnse lex (genitief: legis).
enkelvoud meervoud
lei leis

Zelfstandig naamwoord

lei v

  1. wet


Hawaïaans

Zelfstandig naamwoord

lei

  1. een bloemenslinger die ter begroeting om de hals gelegd wordt


Occitaans

Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Latijnse lex (genitief: legis).
enkelvoud meervoud
lei leis

Zelfstandig naamwoord

lei v

  1. wet


Portugees

Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Latijnse lex (genitief: legis).
enkelvoud meervoud
lei leis

Zelfstandig naamwoord

lei v

  1. wet


Surinaams

Werkwoord

lei

  1. liggen