lei

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: -leiLei

Nederlands

Leien[1] en schoolkrijtjes uit de 19e eeuw
Leien(2) van een dak
Uitspraak
Woordafbreking
  • lei
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Keltisch, in de betekenis van ‘gesteente’ voor het eerst aangetroffen in 1377 [1] [2] [3]
enkelvoud meervoud
naamwoord lei leien
verkleinwoord leitje leitjes

Zelfstandig naamwoord

lei v/m [4]

  1. (teken- en schrijfmateriaal) een schrijfplank van leisteen
  2. een dakpan van leisteen
  3. teugel (van leiden of geleiden -> leiband, leidraad, leihond etc.)
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • met schone lei beginnen.
een geheel nieuw begin met iets maken.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
leggen

lei

  1. enkelvoud verleden tijd van leggen
    • Ik lei. 
    • Jij lei. 
    • Hij, zij, het lei. 
    • Vol zorg vloog de dokter naar het bed, reikte Henriette de medicijnen en lei zacht de hand op haar voorhoofd.[5] 
Synoniemen
Opmerkingen

Volgens de meeste woordenboeken is "lei" met de betekenis "legde" (verouderd) of vooral (spreektaal).

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
lei
gelei
volledig

Werkwoord

lei

  1. leiden


Aragonees

Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Latijnse lac (genitief: lactis).
enkelvoud meervoud
lei leis

Zelfstandig naamwoord

lei v

  1. melk


Galicisch

Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Latijnse lex (genitief: legis).
enkelvoud meervoud
lei leis

Zelfstandig naamwoord

lei v

  1. wet


Hawaïaans

Zelfstandig naamwoord

lei

  1. een bloemenslinger die ter begroeting om de hals gelegd wordt


Occitaans

Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Latijnse lex (genitief: legis).
enkelvoud meervoud
lei leis

Zelfstandig naamwoord

lei v

  1. wet


Portugees

Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Latijnse lex (genitief: legis).
enkelvoud meervoud
lei leis

Zelfstandig naamwoord

lei v

  1. wet


Surinaams

Werkwoord

lei

  1. liggen