lei

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lei
enkelvoud meervoud
naamwoord lei leien
verkleinwoord leitje leitjes

Zelfstandig naamwoord

lei v/m

  1. een schrijfplank van leisteen
  2. een dakpan van leisteen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • met schone lei beginnen.
een geheel nieuw begin met iets maken.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
zeggen

lei

  1. enkelvoud verleden tijd van zeggen
    Ik lei.
    Jij lei.
    Hij, zij, het lei.

Meer informatie


Afrikaans

stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
lei
gelei
volledig

Werkwoord

lei

  1. leiden


Aragonees

Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Latijnse lac (genitief: lactis).
enkelvoud meervoud
lei leis

Zelfstandig naamwoord

lei v

  1. melk


Galicisch

Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Latijnse lex (genitief: legis).
enkelvoud meervoud
lei leis

Zelfstandig naamwoord

lei v

  1. wet


Hawaïaans

Zelfstandig naamwoord

lei

  1. een bloemenslinger die ter begroeting om de hals gelegd wordt


Occitaans

Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Latijnse lex (genitief: legis).
enkelvoud meervoud
lei leis

Zelfstandig naamwoord

lei v

  1. wet


Portugees

Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Latijnse lex (genitief: legis).
enkelvoud meervoud
lei leis

Zelfstandig naamwoord

lei v

  1. wet


Surinaams

Werkwoord

lei

  1. liggen