Naar inhoud springen

legde

Uit WikiWoordenboek
  • leg·de
vervoeging van
leggen

legde

  1. enkelvoud verleden tijd van leggen
    • Ik legde. 
    • Jij legde. 
    • Hij, zij, het legde. 
     De volle fles legde ik tussen mijn benen in de hoop mijn slaapzak iets op te warmen.[1]
     Lawrie legde het schilderij weer in de kofferbak en deed hem dicht.[2]
  •  lei ww  (verouderd of spreektaal)
  1. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704