leidekker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lei·dek·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord leidekker leidekkers
verkleinwoord leidekkertje leidekkertjes

Zelfstandig naamwoord

leidekker m

  1. (beroep) iemand die daken voorziet van leien al of niet met metalen zoals koper
    • De leidekkers hebben zich verenigd in een vereniging.[1] 
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
70 % van de Vlamingen.

Verwijzingen