leien

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lei·en
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van lei met het achtervoegsel -en

Zelfstandig naamwoord

leien mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord lei
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen leien

Bijvoeglijk naamwoord

leien

  1. alleen attributief uit lei vervaardigd
    • Die kerk heeft een leien dak. 
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
Dat loopt erg soepeltjes.

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie