leioog
Uiterlijk

- lei·oog
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | leioog | leiogen |
| verkleinwoord | leioogje | leioogjes |
het leioog o
- (techniek), (scheepvaart) een gat of ring waardoor een stang of touw wordt geleid
- Haal de schoot door het leioog en leg er dan een Vlaamse achtknoop in.
- Het woord 'leioog' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.