jak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

[B]. jak (Bos grunniens)
Uitspraak
Woordafbreking
  • jak
Woordherkomst en -opbouw
[A] enkelvoud meervoud
naamwoord jak jakken
verkleinwoord jakje
(jakkie)
jakjes
(jakkies)

Zelfstandig naamwoord

[A] jak o

  1. (kleding) kort jasje
[B] enkelvoud meervoud
naamwoord jak jaks
verkleinwoord jakje jakjes

Zelfstandig naamwoord

[B] jak m

  1. (dierkunde) Bos grunniens op Wikispecies, een rundersoort die in Centraal-Azië leeft
Afgeleide begrippen
Hyperoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
jakken

jak

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van jakken
    • Ik jak. 
  2. gebiedende wijs van jakken
    • Jak! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van jakken
    • Jak je? 

Gangbaarheid

78 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Slowaaks

Zelfstandig naamwoord

jak m

  1. (zoogdieren) jak


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • jak
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

jak m

  1. (zoogdieren) jak
Hyperoniemen
Typische woordcombinaties

Verwijzingen

Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Oudtsjechische woord kak.

Bijwoord

jak

  1. hoe
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties

Voegwoord

jak

  1. als
  2. (spreektaal) dan
Synoniemen
  1. -
  2. než
Typische woordcombinaties
Uitspraak

Verwijzingen