kak

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kak -
verkleinwoord kakje kakjes

Zelfstandig naamwoord

kak m

  1. (informeel) ontlasting
  2. (figuurlijk), (informeel) arrogantie
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

Werkwoord

vervoeging van
kakken

kak

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kakken
    • Ik kak. 
  2. gebiedende wijs van kakken
    • Kak! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kakken
    • Kak je? 
99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Indonesisch

Woordafbreking
  • kak

Zelfstandig naamwoord

kak

  1. (familie), (verkorting) verkorte vorm van kakak (oudere broer/zus)


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • kak
Woordherkomst en -opbouw
  • Zelfstandig naamwoord: afkomstig van het Deense woord kag
Naar frequentie 27645

Werkwoord

kak

  1. gebiedende wijs van kake
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   kak     kaken     kaker     kakene  
genitief   kaks     kakens     kakers     kakenes  

Zelfstandig naamwoord

kak, m

  1. (juridisch) martelpaal (een paal om een misdadiger voor een openbare geseling aan te bevestigen)
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • kak
Woordherkomst en -opbouw
    • Zelfstandig naamwoord: afkomstig van het Deense woord kag

Werkwoord

kak

  1. gebiedende wijs van kaka
Schrijfwijzen

Werkwoord

kak

  1. gebiedende wijs van kake
Schrijfwijzen
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   kak     kaken     kakar     kakane  

Zelfstandig naamwoord

kak, m

  1. (juridisch) martelpaal (een paal om een misdadiger voor een openbare geseling aan te bevestigen)
Gelijkklinkende woorden
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen