toonhoogte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toon·hoog·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord toonhoogte toonhoogten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

toonhoogte v

  1. (natuurkunde) de frequentie van de grondtoon van een geluidssignaal
    Kinderen kunnen nog een toonhoogte van 20 kHz horen.
  2. (muziek) de relatieve afstand van een toon ten opzichte van een andere toon
    Let erop dat tijdens het zingen de toonhoogte niet lager wordt.
Synoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen

Meer informatie