toonhoogte
Uiterlijk
- Geluid: toonhoogte (hulp, bestand)
- IPA:
- toon·hoog·te
- samenstelling van toon en hoogte
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | toonhoogte | toonhoogten toonhoogtes |
| verkleinwoord | - | - |
de toonhoogte v
- (natuurkunde) de frequentie van de grondtoon van een geluidssignaal
- Kinderen kunnen nog een toonhoogte van 20 kHz horen.
- (muziek) de relatieve afstand van een toon ten opzichte van een andere toon
- Let erop dat tijdens het zingen de toonhoogte niet lager wordt.
- Het woord toonhoogte staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "toonhoogte" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Natuurkunde in het Nederlands
- Muziek in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %