level

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·vel
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Engels
enkelvoud meervoud
naamwoord level levels
verkleinwoord leveltje leveltjes

Zelfstandig naamwoord

level o

  1. niveau


Meer informatie


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
level levels

Zelfstandig naamwoord

level

  1. (palindroom) peil, niveau
  2. (gereedschap) waterpas


vervoeging
onbepaalde wijs to level
he/she/it levels
verleden tijd [[leveled (VS)
levelled]]
voltooid
deelwoord
[[leveled (VS)
levelled]]
onvoltooid
deelwoord
[[leveling (VS)
levelling]]
gebiedende wijs level

Werkwoord

level

  1. (overgankelijk) vlak maken, met de grond gelijkmaken