niveau

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ni·veau
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘peil’ voor het eerst aangetroffen in 1847 [1]
  • van het Frans niveau [2][3]
enkelvoud meervoud
naamwoord niveau niveaus
verkleinwoord niveautje niveautjes

Zelfstandig naamwoord

niveau o

  1. rang in een hiërarchie, stadium van ontwikkeling, plaats in een rangschikking van hoog naar laag
  2. afstand van een horizontaal vlak ten opzichte van een referentievlak of lijn tot een referentiepunt
Schrijfwijzen
  • De fonetische schrijfwijze "nivo" is nooit officiële spelling geweest.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1] geen niveau
    (pejoratief) slecht ontwikkeld, onbeschaafd
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  niveau     le niveau     niveaux     les niveaus  

Zelfstandig naamwoord

niveau m

  1. niveau
  2. verdieping, etage
  3. graad