niveau

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ni·veau
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans. [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord niveau niveaus
verkleinwoord niveautje niveautjes

Zelfstandig naamwoord

niveau o

  1. de rang in een hiërarchie, stadium van ontwikkeling, enzovoort
  2. afstand van een horizontaal vlak ten opzichte van een referentievlak of lijn tot een referentiepunt
Schrijfwijzen
  • (niet officieel) nivo
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  niveau     le niveau     niveaux     les niveaus  

Zelfstandig naamwoord

niveau m

  1. niveau
  2. verdieping, etage
  3. graad