verhoging

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ho·ging
Woordherkomst en -opbouw
  • Naamwoord van handeling van verhogen met het achtervoegsel -ing.
enkelvoud meervoud
naamwoord verhoging verhogingen
verkleinwoord verhoginkje verhoginkjes

Zelfstandig naamwoord

verhoging v

  1. een plaats die hoger aangelegd is dan zijn omgeving
    • De rechter zat op een verhoging. 
  2. het hoger maken van een prijs
    • De verhoging van de benzineprijzen hangt onder andere samen met het uitblijven van investeringen in raffinaderijen. 
  3. een verhoogde lichaamstemperatuur
    • Hij had een lichte verhoging ten gevolge van een griepje. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie