hengst

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hengst
enkelvoud meervoud
naamwoord hengst hengsten
verkleinwoord hengstje hengstjes

Zelfstandig naamwoord

hengst m

  1. (dierkunde) (paardrijden) een al dan niet gecastreerd mannelijk paard
    Om voor volbloed nakomelingen te zorgen, paren ze die hengst aan die merrie.
  2. (schertsend) een vurige minnaar, een knappe man
    Die hengst stond op te scheppen over zijn spierballen.
  3. (informeel) een knal of harde klap
    Voor zo'n hatelijke opmerking krijg je bij die kerel makkelijk een hengst.
  4. (scheepvaart) een vissersvaartuig van de Westerschelde
    De concurrentie tussen de traditionele hengsten en de gecommercialiseerde visserij wordt steeds groter.
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • boerenhengst
    • lompe vent
  • iemand een hengst voor z'n treiter verkopen
    • iemand een slag in z'n gezicht geven
Vertalingen

Meer informatie