veulen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • veu·len
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘jong paard’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 701 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord veulen veulens
verkleinwoord veulentje veulentjes

Zelfstandig naamwoord

veulen o

  1. (zoogdieren) (paardrijden) een jong van bepaalde hoefdieren als het paard, de ezel, de kameel en de zebra
    • Iedereen was dolblij toen het veulen geboren werd. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen