dreun

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

0:10 dreunend geluid van trams op de Erasmusbrug te Rotterdam
Uitspraak
Woordafbreking
  • dreun
enkelvoud meervoud
naamwoord dreun dreunen
verkleinwoord dreuntje dreuntjes

Zelfstandig naamwoord

dreun m

  1. een luid laag geluid
    • Er klonk een dreun toen het gevaarte omviel. 
  2. een harde klap
    • Hij verkocht hem een harde dreun. 
Synoniemen

[2] aai baffer hengst houw klap knal lel mep opdoffer opdonder opduvel oplawaai oplazer opsodemieter opstopper optater peut poeier ram slag stomp watjekouw

Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
dreunen

dreun

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dreunen
    • Ik dreun. 
  2. gebiedende wijs van dreunen
    • Dreun! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dreunen
    • Dreun je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.