dierenpark

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • die·ren·park
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dierenpark dierenparken
verkleinwoord dierenparkje dierenparkjes

Zelfstandig naamwoord

dierenpark o

  1. een park waarin dieren tentoongesteld worden, dierentuin, zoo, diergaarde.
    • In een dierenpark kun je dieren bekijken die je moeilijk in het wild kunt waarnemen zoals olifanten, leeuwen en tijgers. 

Meer informatie

Gangbaarheid