coyote

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • co·yo·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘hondachtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1912 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord coyote coyotes
verkleinwoord coyootje coyootjes

Zelfstandig naamwoord

coyote m

  1. (zoogdieren) Canis latrans, een roofdier uit de familie van de honden, nauw verwant aan de wolf
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen