mensensmokkelaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • men·sen·smok·ke·laar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mensensmokkelaar mensensmokkelaars
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

mensensmokkelaar m

  1. persoon die mensen (meestal vluchtelingen voor oorlogsgeweld) tegen grove betaling over landsgrenzen heen smokkelt (en het met de veiligheid van de smokkelwaar meestal niet zo nauw neemt)
Vertalingen

Gangbaarheid