fennek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fen·nek
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Arabisch, in de betekenis van ‘hondachtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1902 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord fennek fenneken, fenneks
verkleinwoord fennekje fennekjes

Zelfstandig naamwoord

fennek m

  1. (dierkunde) Fennecus zerda, leeft in de woestijn en is de kleinste van alle vossen
    • Ik heb een aantal foto's gemaakt van fenneken. 
Vertalingen

Gangbaarheid

11 % van de Nederlanders;
21 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen