lepelhond
Uiterlijk
- le·pel·hond
- samenstelling van lepel en hond
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | lepelhond | lepelhonden |
| verkleinwoord | lepelhondje | lepelhondjes |
de lepelhond m
- (roofdieren) Otocyon megalotis
Afrikaanse hondachtige
- Het woord 'lepelhond' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.