Naar inhoud springen

collega

Uit WikiWoordenboek
samenwerking tussen Nederlandse en Duitse politiecollega's
  • col·le·ga
enkelvoud meervoud
naamwoord collega collega's
collegae
verkleinwoord collegaatje collegaatjes

decollegam

  1. een persoon die voor hetzelfde bedrijf werkt.
    • Samen met mij werden er nog zes andere collega's ontslagen. 
    • Een op de drie werknemers heeft wel eens iets met een collega gehad, blijkt uit een onderzoek dat vacaturewebsite jobbird.com vorig jaar hield onder vijfhonderd respondenten. Volgens de enquête die uitzendbureau Unique elk jaar rond Valentijnsdag houdt, heeft zelfs tweederde van de werknemers wel eens wat met elkaar uitgespookt.[3] 
     Heleen en Pieter Kronenberg zitten naast mensen die ik niet ken. Waarschijnlijk collega's van je.[4]
  2. een vak- of ambtgenoot.
    • Een op de drie zorgverleners die een collega ziet disfunctioneren, doet daar niets aan. Zelfs als het welzijn van de patiënt in het geding is, trekt een deel van de artsen niet aan de bel. Dat blijkt uit een onderzoek van het Nijmeegse Radboudumc, zo meldt Trouw.[5] 
    • Wetenschappers feliciteerden hun collega met zijn uitvinding. 
     Buikhuisen kwam eind jaren 70 in opspraak nadat hij had aangekondigd onderzoek te willen doen naar de rol die erfelijkheid speelt bij crimineel gedrag. Buikhuisen was op dat moment werkzaam als hoogleraar criminologie aan de Universiteit van Leiden. Zowel in het maatschappelijk debat als onder zijn collega's kregen zijn onderzoeksvoorstellen felle kritiek.[6]
     "Onderzoekers zijn hier welkom": Macron was vandaag kritisch over het beleid van zijn Amerikaanse collega. "Wie had ooit kunnen denken dat zo'n grote democratie, met een economie die juist steunt op vrije wetenschap, zo'n grote fout zou maken", zei Macron. Amerikaanse onderzoekers zijn hier welkom, voegde hij eraan toe. En om ze op te vangen heeft Parijs 100 miljoen euro beschikbaar. "Europa moet een toevluchtsoord zijn voor wetenschappers die worden bedreigd."[7]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[8]
  1. "collega" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. collega op website: Etymologiebank.nl
  3. NRC Caroline van Keeken 21 juni 2016
  4. All-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht op Wikipedia, ISBN 90-229-9182-2
  5. NRC Carlijn Vis 15 februari 2016
  6. Bronlink geraadpleegd op 11 mei 2025 Weblink bron “Criminoloog Wouter Buikhuisen (91) overleden” (10 mei 2025), NOS
  7. Bronlink geraadpleegd op 6 mei 2025 Weblink bron
    Frank Renout
    “Europa: 600 miljoen euro om Amerikaanse wetenschappers aan te trekken” (5 mei 2025), NOS
  8. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
  • col·le·ga
enkelvoud meervoud
mannelijk collega colleghi
vrouwelijk collega colleghe

collega m/v

  1. collega
  • col·le·ga
  • Afgeleid van het fictieve *collegere met het achtervoegsel -a. Dit is weer gevormd uit legĕre (verzamelen) met het voorvoegsel com-.

collēga m

  1. ambtgenoot
  2. kameraad, helper, deelgenoot