deelgenoot
Uiterlijk
- Geluid: deelgenoot (hulp, bestand)
- IPA: / 'delɣənot / (3 lettergrepen)
- deel·ge·noot
- samenstelling van deel ww en genoot
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | deelgenoot | deelgenoten |
| verkleinwoord | deelgenootje | deelgenootjes |
- iemand die ergens (geld, zaken, kennis) in meedeelt
- Hij is deelgenoot in deze firma.
- iemand deelgenoot maken van iets
iemand ergens over informeren dat niet algemeen bekend is
- Ik maakte hem deelgenoot van mijn plannen.
- Het woord deelgenoot staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "deelgenoot" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 95 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 95 %