Naar inhoud springen

deelgenoot

Uit WikiWoordenboek
  • deel·ge·noot
enkelvoud meervoud
naamwoord deelgenoot deelgenoten
verkleinwoord deelgenootje deelgenootjes

dedeelgenootm [1]

  1. iemand die ergens (geld, zaken, kennis) in meedeelt
    • Hij is deelgenoot in deze firma. 
  • iemand deelgenoot maken van iets
iemand ergens over informeren dat niet algemeen bekend is
Ik maakte hem deelgenoot van mijn plannen.
99 %van de Nederlanders;
95 %van de Vlamingen.[2]