beestig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bees·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van beest met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen beestig beestiger beestigst
verbogen beestige beestigere beestigste
partitief beestigs beestigers -

Bijvoeglijk naamwoord

beestig

  1. (België) geweldig
  2. als horend bij een dier

Gangbaarheid

76 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.