beesten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bees·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van beest met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beesten
beestte
gebeest
zwak -t volledig

Werkwoord

beesten

  1. onovergankelijk (informeel) zich misdragen, de beest uithangen
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

beesten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord beest
     In die reservaten is er voldoende voedsel voor die beesten.[1]
Verwante begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be