ambulance

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een ambulance

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • am·bu·lan·ce
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ambulance ambulancen
ambulances
verkleinwoord ambulanceje ambulancejes

Zelfstandig naamwoord

ambulance v/m

  1. (verkeer), (medisch) voertuig om gewonden of zieken van en naar het ziekenhuis te brengen
    Hij werd met een gillende ambulance naar het ziekenhuis gebracht, maar is helaas toch overleden.
  2. verplaatsbaar veldhospitaal
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl


Tsjechisch

Uitspraak
  • IPA: /ambʊlantsɛ/
Woordafbreking
  • am·bu·lan·ce

Zelfstandig naamwoord

ambulance v

  1. (medisch) spoedeisende hulp, eerste hulp; een afdeling in een ziekenhuis.
  2. (militair) (medisch) veldhospitaal
  3. (verouderd) (spreektaal) treinpost
  4. (verkeer) (medisch) (spreektaal) ambulance, ziekenwagen
Verbuiging
Synoniemen
  1. pohotovost v
  2. polní nemocnice v
  3. -
  4. sanitka v, sanitní vůz m onbezield
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Verwijzingen