ziekenwagen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zie·ken·wa·gen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ziekenwagen ziekenwagens
verkleinwoord ziekenwagentje ziekenwagentjes

Zelfstandig naamwoord

ziekenwagen m

  1. (verkeer), (medisch) een voertuig ingericht voor het vervoer van patiënten, gewoonlijk naar een ziekenhuis toe
    Er stond een ziekenwagen voor de deur bij de buren; er zal toch niets gebeurd zijn?
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie