aidsschandaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aids·schan·daal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aidsschandaal aidsschandalen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

aidsschandaal o

  1. (medisch) iets waar mensen schande van spreken en betrekking heeft op (de verspreiding van) aids (vaak gaat het over een hiv-besmetting van hemofiliepatiënten))
    • Want als de kiezers een ding willen, dan is het verandering. Zo graag, dat alle partijen dit credo uitdragen. Alleen, zij worden niet meer geloofd. En de democraten nog wel, want die hebben Naoto Kan in hun gelederen, Japans populairste politicus, die als minister van Volksgezondheid het falen van de overheid in het aidsschandaal blootlegde.[1] 
    • Bult meent dat het wantrouwen tegen betaalde donoren onterecht is. Dat werd vooral gevoed na enkele aidsschandalen. Het bleek dat in vooral in landen waar betaald bloed werd gebruikt, de meeste hemofiliepatiënten met HIV werden besmet.[2] 

Gangbaarheid

Verwijzingen