eis

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eis eisen
verkleinwoord eisje eisjes

Zelfstandig naamwoord

eis m

  1. een dwingende vraag
Gelijkklinkende woorden
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • eisen stellen aan iemand
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
eisen

eis

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van eisen
    Ik eis.
  2. gebiedende wijs van eisen
    Eis!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van eisen
    Eis je?


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord eis eise

Zelfstandig naamwoord

eis

  1. eis


Gotisch

enkelvoud meervoud
mannelijk vrouwelijk onzijdig mannelijk vrouwelijk onzijdig
nominatief is si ita eis ijos ija
genitief is izos is ize izo ize
datief imma izai imma im im im
accusatief ina ija ita ins ijos ija

Persoonlijk voornaamwoord

eis

  1. zij (nominatief mannelijk meervoud van de derde persoon)
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen