ijs
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: ijs (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ɛɪ̯s/, /æɪ̯s/
- (Vlaanderen, Brabant): /ɛːs/
- (Limburg): /ɛɪ̯s/
Woordafbreking
- ijs
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ijs | - |
| verkleinwoord | ijsje [2] | - |
Zelfstandig naamwoord
ijs o
- de vaste vorm van water, bevroren water
- Water wordt op 0° Celsius ijs.
- een lekkernij die in bevroren toestand wordt gegeten
- IJs is een geliefd verfrissingsmiddel tijdens warme zomers.
Gelijkklinkende woorden
Hyponiemen
|
|
|
|
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- Niet over één nacht(s) ijs gaan/men gaat niet over ijs van één nacht
Een voorzichtige aanpak hanteren. Niet overhaast handelen.
- Beslagen ten ijs komen.
Goed voorbereid zijn
Vertalingen
1. de vaste vorm van water, bevroren water
2. een lekkernij die in bevroren toestand wordt gegeten
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| ijzen |
ijs