ijs

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[1] Een blokje ijs.
[2] Een ijsje.

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ijs
enkelvoud meervoud
naamwoord ijs -
verkleinwoord ijsje [2] -

Zelfstandig naamwoord

ijs o

  1. de vaste vorm van water, bevroren water
    Water wordt op 0° Celsius ijs.
  2. een lekkernij die in bevroren toestand wordt gegeten
    IJs is een geliefd verfrissingsmiddel tijdens warme zomers.
Gelijkklinkende woorden
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
ijzen

ijs

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ijzen
    Ik ijs.
  2. gebiedende wijs van ijzen
    IJs!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ijzen
    IJs je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen