daarvoor

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Voornaamwoordelijk bijwoord

  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     voor  
  neutraal     ervoor  
  nabij     hiervoor  
  veraf     daarvoor  
  vragend     waarvoor  

Scheidbaar
daarvoor
  1. aanwijzend veraf: voor + dat, voor + die
    1. voor dit doel, voor deze reden
      Daarvoor krijgt hij gevangenisstraf.
    2. voor deze tijd
      Sinds 1813 is Nederland een koninkrijk. Daarvoor was het een republiek.
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen
Andere talen