vereiste

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·eis·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vereiste vereisten
vereistes
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

vereiste o

  1. datgene waar men niet buiten kan
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

vereiste

  1. verbogen vorm van de stellende trap van vereist

Werkwoord

vervoeging van
vereisen

vereiste

  1. enkelvoud verleden tijd van vereisen
    Ik vereiste.
    Jij vereiste.
    Hij, zij, het vereiste.